Zuid-Limburg, 1 maart 2020

Na een vroeg vertrek stappen we ’s morgens rond 09.00 uur uit in de Vijlenerbossen nabij Vaals in het uiterste zuiden van Limburg. Het laatste stuk van de rit gaat door de mooie heuvels van Zuid-Limburg en voor ons westerlingen geeft dat toch altijd een beetje het vakantiegevoel.
Het weer is een stuk beter dan de vorige weekenden, er staat nog wel een stevige en frisse wind, maar het is droog en af en toe schijnt het zonnetje.
Het vroege voorjaar zorgt er normaal voor dat de vogels ’s morgens volop zingen, maar door de stevige wind is het iets minder uitbundig. Al snel horen we de boomklever en een zanglijster en in de verte een specht. Ook de mezen zijn aanwezig met vooral pimpelmees en glanskop.

kortsnavelboomkruiper Foto Jeroen Verburg
kortsnavelboomkruiper Foto Jeroen Verburg


Na een wat stiller stukje komen we bij een paadje waar diverse boomkruipers zich laten horen en zien. De bossen hier staan bekend om de kortsnavelboomkruiper, een soort die beperkt in Nederland voorkomt. De verschillen met onze normale boomkruiper zijn klein, dus het is nog best lastig om ter plaatse de soort juist te determineren. Gelukkig kunnen we na een tijdje diverse foto’s maken en hierop staan inderdaad kortsnavelboomkruipers.

Vuurgoudhaan Foto. Martijn de Jong
Vuurgoudhaan Foto. Martijn de Jong


Naast de boomkruipers zien we een goudhaantje en even later laten ook twee kuifmezen zich erg mooi bekijken. De spechten lijken afwezig te zijn, maar op een gegeven moment komen ze dan toch in beeld, maar het zijn grote bonte spechten en niet de gewenste middelste. Na nog even van de boomkruipers genoten te hebben volgt dan toch de roep en later ook de baltsroep van de middelste bonte specht.
Vlakbij de auto horen we de zachte maar mooie zang van een vuurgoudhaantje. Even later komt deze schitterend in beeld met z’n gele en deels zelfs oranje kruinstreep die door de wind af en toe extra opvalt.
Tijd om de volgende locatie op te zoeken, de Volmolen bij Epen, in het Geuldal. Doelsoort hier is de grote gele kwikstaart, die zich meteen na het uitstappen al laat zien en vervolgens nog diverse keren in beeld komt. Het water stroom hard door de vele regenval van de afgelopen tijd en ook de omliggende weilanden zijn erg drassig en modderig. Lastig voor een lekkere wandeling.
Door het heuvellandschap rijden we naar de akkers rondom Wahlwiller. In het open veld merk je dat er eigenlijk nog teveel wind staat om lekker te vogelen en alles rustig af te kijken. Al snel komen we de eerste geelgorzen tegen, sommige mannetjes zijn echt knalgeel. Boven ons diverse zingende veldleeuweriken en boven de akkers ook torenvalk en buizerd. Een stukje verderop op een graanakker een verzameling van vele roeken, diverse grote zilverreigers, blauwe reigers, houtduiven, holenduiven en ook wat geelgorzen. Een jagende sperwer zorgt nog voor wat onrust bij de vogels.
Onze volgende stop is ook in een akkergebied, ditmaal bij het hamsterreservaat in Sibbe. Tijdens een wandeling zien we een grote groep geelgorzen, waar we echt volop van kunnen genieten. Wat kieviten vliegen over en opeens vliegt ook een blauwe kiekendief over het veld, even later gevolgd door een sperwer.

geelgors Foto. Jeroen Verburg
geelgors Foto. Jeroen Verburg


De tijd vliegt voorbij en het is tijd om richting Maastricht te gaan voor de volgende doelsoort. Bij de Pietersberg, net ten zuiden van de stad bevindt zich de voormalige ENCI-groeve. Al vele jaren is het oude gedeelte van de groeve de thuisbasis voor een paartje oehoes. Door eerdere meldingen op waarneming.nl weet je dan ongeveer waar je moet zoeken, maar als je er eenmaal staat blijkt het toch lastiger dan je denkt en zijn de wanden van de groeve toch erg groot. Na een goede 10 minuten komt de oehoe dan toch in beeld en kunnen we genieten van deze indrukwekkende uil.
De laatste stop is gepland aan de noordkant van Maastricht, waar bij hoogwater van de Maas een gebied wordt gebruikt als overloop voor het overtollige rivierwater. Deze plek is natuurlijk vooral geliefd bij watervogels en we zien hier grote zaagbek, krakeend, kuifeend en een groepje van acht casarca’s. Ook twee witgatjes vliegen veelvuldig heen en weer en naast de vele kokmeeuwen vindt Menno nog een pontische meeuw die recht over ons heen vliegt.
Ook een langsvliegende en later volop roepende groene specht en een gemengde groep van vink en kneu worden hier nog aan de lijst toegevoegd. Einde van een mooie vogeldag in Zuid-Limburg.

oehoe Foto. Martijn de Jong
oehoe Foto. Martijn de Jong

Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta, 12 januari 2020

Op een wisselvallige zondag met af en toe wat regen maar vooral veel wind vertrokken we met een kleine groepje richting de Hollandse Delta. Meestal hebben we een redelijk vaste route, maar op de parkeerplaats besloten we om hier ditmaal een klein beetje van af te wijken. Reden hiervan was de aanwezigheid van een grote trap in de polders tussen Brielle en Oostvoorne.

Grotetrap
Grotetrap


Na een klein uurtje rijden,kwamen we aan in deze polders en meteen was de grote trap in beeld. Het is een soort die zelden in Nederland wordt gezien, maar toch zit er een apart verhaal aan deze vogel. De vogel is geringd en gezenderd en dit is duidelijk te zien door een halsketting en een dunne antenne die over de rug heen loopt. Nadat de vogel eind december was gevonden, werd al snel duidelijk dat de vogel uit Noordoost-Duitsland kwam. Hier leeft nog een grote trappen populatie, maar omdat het hier 20 jaar geleden erg slecht mee ging en men bang was voor het uitsterven, zijn er aparte gebieden ingericht en wordt een deel van de eieren geraapt en in machines uitgebroed. Na het uitkomen van de eieren worden de jongen enige tijd gevoerd en daarna weer in het wild los gelaten. Door deze maatregelen is het aantal grote trappen de laatste jaren weer gegroeid van minder dan 50 naar meer dan 300 exemplaren. Ook deze grote trap van Oostvoorne is geholpen met uitbroeden en om deze reden wordt de vogel niet als officiële wilde vogel gezien. Dit maakt de vogel echter niet minder mooi en dus was het leuk om de grote trap even op onze route mee te pakken.

Grotezee-eend
Grotezee-eend


Tijdens een regenbui reden we verder naar de Brouwersdam waar we vol in de wind stonden wat het niet makkelijk maakte om de vogels goed in de kijker te krijgen. Na een eerste middelste zaagbek was de volgende vogel meteen een bijzondere: de zwarte zeekoet. De vogel bevond zich op een redelijke afstand tussen de golven maar was door iedereen uiteindelijk goed te bekijken omdat hij langzaam wat dichterbij kwam. Naast de zwarte zeekoet zwom een roodhalsfuut, helaas zagen we dit echter pas thuis op een foto. Deze vogel hadden we eerst gezien als kuifduiker omdat er hier meerdere van zwommen, maar dit was dus een extra soort die we even gemist hadden.
Op zee zagen we steeds meer middelste zaagbekken en brilduikers en op de dam waren meeuwen, scholeksters, steenlopers en drieteenstrandlopers druk met het zoeken naar voedsel.

Ijseend
Ijseend


Volgende doelsoort was de ijseend en deze werd ook redelijk snel gevonden. ’s Ochtends zagen we alleen het mannetje, maar op de terugweg zwommen man en vrouw ijseend weer mooi bij elkaar. Verder nog een geoorde fuut, diverse eidereenden en op wat grotere afstand ook zwarte zee-eenden. Bij de spuisluis lag de bekende groep zeehonden in de stroming te profiteren van de hier aanwezige voedselrijkdom.
De Prunjepolder was onze volgende locatie en is altijd goed voor grote aantallen vogels. Een groep van duizenden kieviten gemengd met goudplevieren stond afwisselend op de oevers en vloog dan weer op door de aanwezigheid van een jagende buizerd. Ook meerdere lepelaars en kleine zilverreigers lieten zich zien, al zorgde de harde wind ervoor dat ze vaak in de wat meer beschutte slootrandjes stonden. Kuifeenden, smienten en slobeenden zwommen op het water en diverse torenvalken speurden de dijken af op zoek naar muizen.

Torenvalk
Torenvalk


Via de Schelphoek en de Stolpweg reden we naar de Stompetoren aan de Oosterschelde. In de polders een paar kleine zilverreigers, een grote groep rotganzen en wulpen, maar verder vrij stil. Bij de Oosterschelde een stop gemaakt voor een grote zee-eend. Vanaf een dijkje, waar we weer de volle laag van de wind kregen, hadden we een prachtig zicht op deze vogel.
Via de Oosterscheldekering vervolgden we de route naar Neeltje Jans waar al enkele weken een ijsduiker in de haven zwom. Ook deze werd snel gevonden en kon door de telescoop goed bekeken worden. Ook enkele dodaarsjes en middelste zaagbekken lieten zich fraai bekijken.
Vervolgens terug richting het noorden waarbij we nu op een sneller tempo langs de Brouwersdam gingen, maar de mooie ijseenden lieten ons toch nog even stoppen. Leuk om te zien was dat de vogels die ’s morgens volop aan het foerageren waren, nu als groepen bij elkaar stonden om een beetje beschutting te hebben tegen de harde wind. Enkele honderden scholeksters (waaronder ook een geringd exemplaar) en tientallen drieteenstrandlopers stonden zo prachtig bij elkaar.
In de polders nog wat groepen brandganzen, kolganzen en grauwe ganzen. Het was weer een mooie eerste excursie van het jaar 2020.