verslag: Ingmar Westerman
Een onder water gezet stuk boerenland. Een alsmaar langer wordende rij auto’s in de berm. En de bestuurders en meerijders met al hun optiek opgesteld naast een grote schuur. Een typisch Noord-Hollands najaarstafereel. En een voor de hand liggende eerste stop van onze excursie.
De dag ervoor zat op een naastgelegen veld in de Anna Paulownapolder namelijk een niet alledaagse verzameling steltlopers waaronder een blonde ruiter, twee gestreepte strandlopers en twee grauwe franjepoten. Daarnaast heel wat kemphanen en -hennen, bontbekplevieren, kleine strandlopers, en ook krombekstrandlopers, steenlopers en bonte strandlopers. Dan hebben we groenpootruiter, zwarte ruiter en bosruiter niet eens genoemd. Gelukkig zaten al deze steltlopersoorten er allemaal nog, zij het een veld verderop. Behalve dan de grauwe franjepoot, maar die soort zouden we aan het eind van de dag op een andere plek zien.
Het vergde nog het nodige zoeken en aanwijzen voordat iedereen de vogels goed in beeld kreeg. ‘Voor die hooibaal met blauw plastic’, ‘rechts van de rode tractor’, ‘badderend bij twee bontbekplevieren’. En dan vloog ineens alles weer op. Dat soort werk. En wat kunnen sommige (jonge) kemphennen van veraf toch op een blonde ruiter lijken.
Door naar Balgzand, vlakbij de Van Ewijcksluis, met voor enkelen een uitstap naar de Balgzandpolder. Daar stonden wel meer dan duizend lepelaars. Ter hoogte van de sluis viel het enorme aantal bergeenden op. We zagen maar liefst drie visarenden, een slechtvalk en een boomvalk. En het aantal soorten steltloper werd verder uitgebreid met kluut, kanoet, grutto en zilverplevier. We boften dat een van de visarenden vlak voor ons even op een staak landde.
Na een klein stukje rijden zagen we een groep van bijna tweeduizend wulpen, waaronder een zeer licht exemplaar, en verscholen tussen de wulpen de nodige rosse grutto’s in zomerkleed en goudplevieren. Een prachtig gezicht. Tussen de brandganzen liep een roodhalsgans. Weer een paar minuten rijden verder vonden we al snel de jonge roodpootvalk waarop we hoopten. Deze vogel liet zich heel fraai bekijken en van dichtbij fotograferen. Het ging allemaal wel heel voorspoedig.
Volgende halte Den Oever. Met gelegenheid om te lunchen, of gewoon stug door te vogelen. We troffen elkaar weer aan de Waddenkant, uitkijkend over het Schor en de Bak. Tussen de vele scholeksters zagen we een albino exemplaar, een vreemde aanblik. Verder volop stelten, en een jagende slechtvalk, voor de meesten van ons de derde van de dag. Ook de ijsvogels vielen op, vliegend en zittend op de dijk zagen we er maar liefst drie.
Een najaarsexcursie naar Noord-Holland kan eigenlijk niet zonder grauwe franjepoot. Hoewel we die soort onlangs dichtbij huis mooi hebben kunnen zien, in De Wilck, besloten we onze laatste stop op deze soort af te stemmen. We konden vandaag in deze provincie maar liefst uit vijf plekken kiezen (Texel niet meegerekend). We kozen voor de dichtstbijzijnde vogel.
En zo kwamen we uit, hoe kon het anders, bij een paar onder water staande (bollen)velden. Deze berm was echter dichtbegroeid waardoor het niet makkelijk kijken was. We vonden een plek vlakbij een boerenschuur waar we allemaal een vrij uitzicht hadden. Behalve de driftig zwemmende grauwe franjepoot, zagen we verder tureluurs, kemphanen, verschillende ruiters, witgatten en oeverlopers. Een opvallend lichtgekleurd mannetje bruine kiekendief speurde langs de randen van de natte velden. Tussen de jonge witte en gele kwikstaarten dook een knalgeel mannetje Engelse kwikstaart op. Deze mooie vogeldag eindigde zoals die begon.
